Zorgsysteem

Zorgsysteem

Het systemisch gedachtegoed is in sommige zorggebieden erg bekend en in andere takken van de sport, heeft men geen idee wat er met “systemisch werken” precies bedoeld wordt. Onbekend maakt vaak onbemind en hoe kun je dan bepalen of het van toegevoegde waarde is? Voor jezelf, je organisatie? Maar wellicht ook voor je cliënten of patiënten? Systemisch werken kan een verrijking zijn van je taken als zorgverlener omdat het mensenwerk is. Einstein zou gezegd hebben dat men de wereld niet hoeft te begrijpen, zolang men zijn plaats erin weet te vinden. Maar bewustwording kan daarbij enorm helpend zijn.

In het bijzonder – maar niet uitsluitend – in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is systemisch werken geen onbekend terrein. Dat is ook niet heel vreemd: er zijn diverse bekende en onbekende beoefenaars geweest die een steentje of zelfs steen hebben bijgedragen aan de totstandkoming. Ook elders in de zorg zijn systemen beslist geen onbekend fenomeen, maar herkennen we ze als zodanig? Ja, het centraal zenuwstelsel daar kunnen we ons wat bij voorstellen. Maar een afdeling in een ziekenhuis? Of een team in de apotheek? Of op het kantoor van een ziektekostenverzekering? Of alle zorgverleners in een dorp of wijk?

Wat kenmerkt systemen? Een systeem is in de kern een samenstelling van meerdere onderdelen. Al die onderdelen leveren een bijdrage aan dit geheel, hoe groot of hoe klein (op het oog) ook. Dat brengt met zich mee dat er ook een bepaalde volgordelijkheid is in een systeem en dat er – om effectief te zijn in samenwerking – ook een balans is tussen al die verschillende onderdelen.

Elke keer als ik dit uitleg plopt bij mij het uurwerk van een mechanisch horloge op. Grote en kleine radertjes en tandwieltjes zorgen er uiteindelijk voor dat ik kan kijken hoe laat het is, maar ook dat ik de klok kan aanpassen als ik in een andere tijdzone kom. Vernuftige machientjes, niet? Toch maakt één tandwieltje nog geen klok en drie of tien ook niet. Dat is zo bijzonder aan systemen: het geheel heeft andere (meer) eigenschappen dan de som van de onderdelen. Wat ook bijzonder is: elk systeem is weer onderdeel van een ander systeem.

Je kunt mensen ook als systeem zien en in de anatomie en fysiologie doen we dat ook. We kijken naar het maag-darmkanaal als systeem, zonder dat we daarbij (direct) de bloedcirculatie betrekken. De mens heeft ook andere eigenschappen dan die van zijn maag-darmkanaal en/of bloedcirculatie.

Meerdere mensen samen maken ook deel uit van systemen. Zo kunnen twee mensen samen een echtpaar en later een gezin vormen. Meerder gezinnen vormen samen families. Allemaal systemen. Maar mensen maken ook deel uit van systemen waarmee ze geen bloedband hebben. Denk aan een sportvereniging, een jaarclub of je werk.

Er zijn allerlei redenen om aan het werk te gaan als verpleegkundige, apotheker of fysiotherapeut: ieder mens maakt daarin bepaalde afwegingen. Maar zijn we ons voldoende bewust van het systeem waar we tot toetreden? We kijken nog wel eens naar de omgeving: het werk van een wijkverpleegkundige is anders dan dit van een IC-verpleegkundige, terwijl beiden opgaan in een groter systeem van verpleegkundigen – in de wijk of op de afdeling IC – en op zijn beurt gaat dat systeem weer op in een groter systeem.
Hoe zou het zijn als we ons als zorgverlener bewuster zouden zijn van de systemen waarin wij werken? Dat al die systemen ook weer in verhouding staat tot elkaar? En uiteindelijk ook een schakel zijn in de grotere keten? Systemen zijn uit te vergroten tot de proportie van het heelal (en wellicht nog groter) of te verkleinen tot elementaire deeltjes (en wellicht nog kleiner).

De zekerheid van alle systemen waar je deel vanuit maakt, ben jijzelf. Jij bent de meest continue factor in jouw systemen omdat je bij die systemen hoort, omdat je een bepaalde plek inneemt en omdat je gebalanceerd uitwisselt met dat systeem: je geeft iets en krijg er iets voor terug. Als dit zo is, sta je populair gezegd “in je kracht”. Het stelt je in staat effectief samen te werken met je collega-zorgverleners ongeacht of je radiotherapeut-oncoloog, tandarts of socioloog bent. Het geeft je ook een zekere mate van energie een veerkracht waarvan ook je cliënt of patiënt profiteert. Betere zorg, tevredenere patiënten.

Love yourself

Zorgverleners zijn “gevers”: ze helpen met wassen en aankleden, adviseren je over gelijktijdig gebruik van twee geneesmiddelen of helpen je weer zonder pijn te lopen na een blessure. Wat krijgen ze ervoor terug? Als ik ze spreek “heel veel voldoening”. Maar er is ook een schaduwzijde: veel zorgverleners lopen leeg in hun werk. Ze geven meer dan ze ontvangen. Dat is onprettig voor de mens, maar ook voor de systemen waar die mensen deel vanuit maken. Sluiten ze nog aan bij de andere radertjes? Staan ze nog op de plek waar ze horen? Als de disbalans lang genoeg duurt, is het antwoord op de voorgaande vragen op den duur “nee”. Je hebt dan één aanknopingspunt – hoe moeilijk of zwaar de weg er naartoe ook – en dat is teruggaan naar jouw plek. Want niets is mooier dan te geven vanuit je eigen plek: alleen dan kan het op meerdere plaatsen ontvangen worden.

Interesse in training over systemisch werken in de zorg? Klik hier!