Werk en privé: niet te scheiden?

Werk en privé: niet te scheiden?

Hoevaak heb je een variant gehoord op het zinnetje: “We houden werk en privé graag gescheiden”? Wat doet dat met je? Zegt het iets over jou? Zegt het iets over degene die deze uitspraak doet? Of diens organisatie? Hoe zou het zijn als werk en privé er allebei mogen zijn? Verandert dit iets aan je gevoel? Wat zou er veranderen op je werk en de mensen die je daar tegen komt? Het zijn zomaar een paar vragen die opborrelen wanneer ik het zinnetje “We houden werk en privé graag gescheiden” lees. Of hoor.

Als je systemisch naar privé en werk kijkt dan zijn dit twee verschillende systemen. In beide speel jij een rol en misschien zijn er wel meerdere personen die in beide systemen iets te doen hebben. Het is niet ondenkbaar dat je rol in positie overeenkomsten vertoond en tegelijkertijd is het maar de vraag in welke mate je hier ook echt iets in veranderd. Jouw positie als, bijvoorbeeld als het middelste kind van je ouders is echt anders dan jouw positie als teamhoofd. Niet alleen omdat het eerste een privéaangelegenheid is en het tweede werk.

De boodschap dat je geacht wordt om werk en privé te scheiden, kan te maken hebben met het voorkomen van “gedoe” op de werkvloer. Voor een organisatie kan het ontzettend lastig zijn wanneer een medewerker onregelmatig van de werkvloer afwezig is om bijvoorbeeld mantelzorg te geven aan de ouders of om een ziek kind op te halen. Je kan ook zeggen dat het benadrukken van de scheiding een oplossing is voor het systeem van de organisatie, maar een probleem voor twee of meer systemen van jou. Dat fenomeen is bekend binnen systemisch werken: een probleem voor het individu is vaak een oplossing voor het systeem. En het individu kan hierin ook een kleiner systeem zijn binnen een groter geheel.

Hoe voelt het voor jou als je te horen zou krijgen dat werk en privé gescheiden dienen te blijven? Persoonlijk zat me dat nooit echt lekker, al heeft het me enige tijd gekost om uit te vinden wat mij dit gevoel gaf. Onbewust kreeg ik sterk het idee te moeten kiezen tussen twee – voor mij – belangrijke systemen en dat het waardeoordeel eigenlijk al vast leek te staan. Voor een organisatie is een privésysteem – gechargeerd – iets dat zich buiten de contracturen afspeelt en daarbinnen moet er productie plaatsvinden. Daarmee kreeg ik het gevoel dat de organisatie vond dat werk voorrang kreeg op privé. Eigenlijk is dat vanuit dat perspectief niet zo gek en kennen we daar zelfs niet een gezegde over in Nederland (“Werk gaat voor het meisje”)?

Toen ik jaren geleden aan een nieuwe baan begon, raakte ik eigenlijk bij het sollicitatiegesprek al in de war. Het ging veel over mij en amper over mijn prestaties tot dusver. Het werd ongemakkelijk en toen ik aangenomen was en eenmaal aan het werk ging, bleek het er in de praktijk ook al “vreemd” aan toe te gaan. Zo moest ik bij mijn leidinggevende komen omdat ik veel overuren maakte en dat was niet de bedoeling. Nee, niet om financiële redenen (die uren ging één op één naar de klant), maar omdat ik zoveel aan het werk was. Ja, het werk was nooit af. Maar dat is je privé toch ook nooit?

Aan den lijve ondervond ik hoe het kon voelen als men werk en privé weliswaar als verschillende systemen kon zien, maar tegelijkertijd gelijkwaardig aan elkaar kon maken. En ook dat lijkt logisch: het zijn twee van mijn systemen. Welke personen er ook in die systemen voorkomen: ik ben er daar in elk geval één van en ook een zeer constante. Maar het was wel ontzettend wennen om me ook echt aan dat gevoel over te kunnen geven.

Om dat gevoel met één woord te beschrijven: “erkenning”. Ik mag er zijn: niet alleen als medewerker en collega, maar ook alles wat ik verder nog in mij verenigd heb. Zonder oordeel, dus onvoorwaardelijk en als er al oordelen en voorwaarden zijn, dan waren die ook terug te voeren op dit systeem: mijn werk.

Om dit echt te voelen, dat is heel bijzonder maar zou ook heel normaal, misschien zelfs vanzelfsprekend kunnen zijn. Binnen die organisatie snapte men heel goed dat ik het beste tot mijn recht kom als ik in elk systeem écht de rol kan spelen die voor mij is, die bij mij hoort. Met alle verantwoordelijkheden en mandaten die daarbij horen. Je kunt het vergelijken met een fontein met meerdere bakjes: als ze op de juiste plek staan, stroomt het water van boven naar beneden op de meeste efficiënte, natuurlijke manier en dit kost het minste energie.

Bij deze organisatie werd gezegd dat een werknemer die goed in zijn of haar vel zit, ook beter werk aflevert. Dat kan een positieve vicieuze cirkel in gang zetten én houden: want als ik mijn werk beter doe, vind ik dat natuurlijk leuk om te horen. Bovenal is het een blijk van uitwisseling, van geven en nemen. Op het moment dat ik mijn werk voorrang gaf op mijn andere systemen, verstoorde ik die balans: ik gaf veel meer dan ik kreeg. Dat leerde ik pas later en tegelijk ben ik heel dankbaar dat iemand (een organisatie) me dit al wilde bieden. Zonder dat ik toen wist hoe waardevol en wenselijk dat voor mij zou zijn.

Interesse in training over systemisch werken in de zorg? Klik hier!